Nierstenen

Nierstenen zijn een oud probleem met betrekking tot de gezondheid van de mens. De oudste tot op heden bekende aanwijzing voor steenlijden is gevonden in een 7000 jaar oude mummie met waarschijnlijk een blaassteen. Steenbehandeling is dan ook van de oudste chirurgische ingrepen volgens de eed van Hypocrates (4de eeuw voor Christus) slechts voorbehouden aan steensnijders. De eerste beschrijving dateert uit de 12de eeuw voor Christus. Tot ver in de vorige eeuw was de blaassteen de meest frequente vorm van urinesteenlijden. Na de industrialisatie en toename van de welvaart met daaraan gekoppeld duidelijk verandering van het dieet (toename consumptie zout en dierlijk eiwit) is de incidentie van stenen in de hogere urinewegen toegenomen. De hoogste incidentie is nu bij mensen in de 3de tot 5de leeftijdsdecade met een man/vrouw verhouding van 2-3:1. Tot de tachtiger jaren was niersteenlijden een belangrijk gezondheidsprobleem en ongeveer 20% van de patiënten die toen werden geopereerd ondervonden na verloop van tijd een nierfunctieverlies. Met de introductie van moderne behandelingstechnieken zoals ESWL (niersteenvergruizing) en percutane chirurgie is niersteenbehandeling veel minder belastend geworden en derhalve de morbiditeit en kans op nierfunctieverlies afgenomen. Niettegenstaande dat is de kans op ontwikkelen van een nieuwe steen hoog tot 50 en 75% na respectievelijk 10 en 25 jaar. Daarom blijft een open oog voor eventueel onderliggend lijden noodzakelijk om waar mogelijk recidieven te voorkomen. Voorkomen blijkt nu ook nog beter dan genezen.

 

Wat is nu belangrijk:


1. steenanalyse:


De beste techniek is infraroodspectrometrie. Dit geeft een exacte kristalgrafische samenstelling zelfs van zeer kleine brokjes. Meest voorkomende stenen: 44% calciumoxalaat; 30% calciumoxalaat met calciumfosfaat; 6% calciumfosfaat; 11% struviet; 3% urinezuur; 1% cystine en de rest is variabel 5%.

 

2. beeldvormend onderzoek:


Meestal wordt een echografie uitgevoerd.  Vroeger gebeurden zeer regelmatig contrastonderzoeken (IVU-intraveneuze urografie).  Dit onderzoek wordt nu alleen nog in zeer specifieke gevallen aangevraagd.  Meestal wordt bij patiënten met nierstenen nu een spiraal CT-scan uitgevoerd (multislice CT).  Dit is een efficiënt, snel onderzoek zonder contrast en met lage stralenbelasting.  De intraveneuze urografie wordt bijvoorbeeld nog uitgevoerd om eventueel anatomische afwijkingen in het afvoersysteem op te sporen.



3. urineonderzoek:

 
pH meting; eiwitbepaling en sediment dienen steeds te worden uitgevoerd.

 

4. labo-onderzoek:


- beperkt onderzoek bij patiënten met een laag risico op recidiefstenen (na eerste steen, serumcalcium; fosfaat; creatinine en urinezuur). Uitgebreid metabool onderzoek bij verhoogd risico:
- serumbepalingen van calcium; fosfaat; urinezuur; natrium; kalium; chloor; natriumbicarbonaat; bijschildklierfunctie testen;
- 24-uurs urineonderzoek op volume; calcium; urinezuur; fosfaat; oxalaat; citraat; natrium; kalium; magnesium en creatinine. Het dieet kan van dag tot dag kan variëren, daarom moet het 24-uurs onderzoek bij voorkeur 3x worden herhaald.

BAU congres 2012


 7 december 2012 

 

Bau congres te Brussel in de Square van 7 tot 8 december 2012

"When minimally invasive urology meets evidence based medicine"

Global congress on prostate cancer.


 28 juni 2012 

 

Dit 3-daags congres wordt van 28-30 juni georganiseerd in The Egg in Brussel. Tijdens deze 3 dagen wordt prostaatkanker in detail bediscussieerd zowel uit oncologische, urologische en radiologische hoek.

www.prosca.org

 

ERUS congres 26-28 september Londen


 26 september 2012 

Het jaarlijkse ERUS congres (robot) vindt dit jaar plaats in Londen van 26-28 september 2012.

 

www.ERUS2012.com