Kwaadaardige vergroting
1. Prostaatkanker en voeding
In de Westerse landen is prostaatkanker de meest voorkomende kanker bij mannen en op longkanker na, de frequentste oorzaak van aan kanker gerelateerde overlijdens bij mannen.
De vroegtijdige opsporing van prostaatkanker is de laatste jaren vergemakkelijkt door de ontwikkeling van de zgn. PSA-test. De test bestaat uit een eenvoudige bloedafname, die kan uitgevoerd worden door de huisarts, en het meten van het prostaat specifiek antigen (PSA) in het bloed. Een toename van de PSA duidt op een verhoogd risico voor de ontwikkeling van prostaatkanker.
Mannen vanaf 50 jaar zouden, naast het klassiek rectaal toucher, deze eenvoudige opsporingsmethode regelmatig kunnen laten uitvoeren. Vroegtijdig onderzoek is zeer belangrijk omdat de kans op complete genezing in grote mate afhangt van het zo vroegtijdig mogelijk ontdekken van de ziekte in zijn beginstadium. Wat de redenen voor het ontstaan van de aandoening betreft wijzen gegevens naar zowel erfelijke als omgevingsfactoren (vooral de eetgewoonten).
Prostaatkanker komt het meest voor bij Europeanen en Amerikanen, het minst bij Aziatische bevolkingsgroepen zoals Japanners, Chinezen, … voor zover deze in hun geboorteland leven. Indien deze echter naar Amerika migreren neemt hun risico in belangrijke mate toe. De laatste jaren is het risico op prostaatkanker eveneens toegenomen in Japen, dit door het invoeren van Westerse eetgewoonten. Ons Westers dieet staat bekend als rijk aan dierlijk vet en proteïnen en arm aan vezels, dit in tegenstelling met de Aziatische gemeenschappen waar de voeding bijzonder rijk is aan zetmeel, groenten, vruchten met een hoog vezelgehalte en weinig dierlijke vetten. Naast het verbruik van vet en vezels is het voornaamste verschil tussen een Westers en Aziatisch voedingspatroon het verbruik van soja.
Hoe het risico verkleinen?
1. Soja-isoflovonoïden:
De gunstige effecten van soja worden toegekend aan de grote hoeveelheid insoflovonoïden die het bevat (vnl. genisteïne, daidzeïne en glyciteïne). Zo wordt het gemiddeld verbruik van deze isoflovonoïden in de Aziatische landen op 50 tot 100 mg per dag geraamd. De gemiddelde Westerling verbruikt er nauwelijks enkele milligrammen per dag van. Het negen maal kleiner aantal overlijdens door prostaatkanker in Japan, in vergelijking met de V.S., wordt voor een groot deel toegewezen aan het veel groter verbruik van sojaproteïnen in het Japans voedingspatroon.
2. Selenium:
Uitgebreid wetenschappelijk onderzoek wijst erop dat selenium een belangrijke rol kan spelen in kankerpreventie bij de mens. In een recente studie werd aangetoond dat met een dagelijkse inname van 200 microgram selenium, gedurende gemiddeld 6.5 jaar, het voorkomen van prostaatkanker en het aantal overlijdens tengevolge ervan substantieel verminderen.
3. Vitamine E:
Een kankerpreventiestudie op 29.133 mannen bracht aan het licht dat er 32% minder prostaatkankers voorkwamen in de groep die dagelijks 50 mg vitamine E nam. Een duidelijk verschil werd reeds waargenomen na 2 jaar en hield gedurende de volgende jaren aan. Meer nog, het aantal overlijdens tengevolge van prostaatkanker verminderde met 41% in deze groep.
4. Besluit:
De vroegtijdige diagnose van prostaatkanker is belangrijk. Een preventieve aanpak tegen prostaatkanker zou vooreerst kunnen bestaan uit een beperking van het verbruik van dierlijk vet en daarnaast het gebruik van voedingssupplementen zoals vitamine E, selenium en isoflovanoïden.
Geheugensteuntje (Preventie van prostaatkanker en voeding)
Te mijden:
- vlees
GEZOND:
- Fruit
- Selenium (vis en brood)
- Vitamine E
- Soya
- Tomaten
- Chinese groene thee
- Zwarte chocolade.
2. Totale prostaatwegname volgens zenuwsparende techniek
Bij u werd de diagnose gesteld van een kwaadaardig gezwel van de prostaat zonder uitzaaiingen. In overleg met uw behandelende uroloog is beslist over te gaan tot een totale wegname van de prostaat en zaadblaasjes (= totale prostatovesiculectomie + lymfeklierresectie).

In deze brochure willen we u graag meer informatie geven over deze ingreep. Indien u na het lezen van deze brochure nog vragen heeft, kan u hiervoor steeds terecht bij uw behandelende geneesheer of de verpleegkundigen.
1. Opname in het ziekenhuis
Het hartonderzoek gebeurt in principe ambulant. U dient er zeker op te letten dat alle bloedverdunnende producten (o.a. geneesmiddelen die aspirine bevatten) zeker 1 week voor de operatie gestopt zijn.
De dag van opname gebeurt zo nodig:
- een bloedafname,
- een urineonderzoek,
- een foto van de longen,
- eventueel een onderzoek van de longfunctie.
Ook worden er speciale kousen aangemeten. Deze kousen moet u dragen om flebitis na de ingreep te voorkomen.
De anesthesist komt bij u langs om alle uitleg te verschaffen over de narcose en pijnbehandeling.
2. De operatie
Er wordt een insnede gemaakt in de onderbuik tussen navel en schaambeen. De lymfeklieren worden eventueel verwijderd. Nadien volgt een volledige wegname van de prostaat en de zaadblaasjes. Er wordt opnieuw een verbinding tussen de blaas en de urinebuis aangelegd.

In de buikholte worden 1- 2 buisjes aangebracht om eventueel vocht / bloed te laten wegvloeien. Op het einde van de ingreep wordt een verblijfssonde achtergelaten via de penis tot in de blaas.
De weggenomen prostaat wordt opgestuurd voor laboratoriumonderzoek.
3. Na de operatie
Na de ingreep verblijft u 1 nacht op de PACU (= post anesthesie care unit of de intensieve zorgen).
De buisjes om het vocht te draineren worden in de loop van de volgende dagen verwijderd.
U zult elke dag een spuitje tegen flebitis krijgen.
In principe mag u na 24 uur opnieuw beginnen met eten.
4. Ontslag
Na gemiddeld 7 dagen mag u het ziekenhuis verlaten. De blaassonde wordt 's morgens verwijderd voor ontslag.
5. Verdere thuiszorg
Na uw ontslag uit het ziekenhuis moet u ongeveer nog 20 dagen inspuitingen tegen flebitis krijgen. Zolang deze inspuitingen nodig zijn, dient u ook overdag de speciale steunkousen te dragen.
Twee tot drie weken na ontslag komt u bij uw geneesheer op raadpleging. De laboratoriumuitslagen van de weggenomen prostaat zijn dan in zijn bezit en worden besproken. Afhankelijk van deze uitslagen kan het eventueel noodzakelijk zijn om een nabestraling van het operatieveld uit te voeren.
3. Brachytherapie voor behandeling van prostaatcarcinoom
1. Inleiding
Prostaatkanker is, net als andere vormen van kanker, een ziekte van de lichaamscellen. Kanker wordt gekarakteriseerd door de ongecontroleerde groei van abnormale cellen. Dit in tegenstelling tot de normale en gecontroleerde aanmaak van lichaamscellen, die dienen ter vervanging van uitgeput of beschadigd weefsel. Een typische eigenschap van kanker is de doorgroei en aantasting van omliggende organen en de verspreiding van kankercellen via lymfe- en bloedbanen naar andere delen van het lichaam (uitzaaiing of metastasering).
Prostaatkanker komt veel voor, na longkanker is dit de meest voorkomende kanker bij mannen. In 1995 werd bij 6300 mannen prostaatkanker vastgesteld. Deze vorm van kanker wordt vooral gezien op oudere leeftijd, voor het 40ste levensjaar is prostaat-kanker zeer zeldzaam. Net als bij andere vormen van kanker moet eerst vastgesteld worden of de ziekte beperkt is tot het oorspronkelijke orgaan (prostaat), dan wel of er sprake is van een reeds uitgezaaid kankerproces. In dit laatste geval heeft een gerichte, locale behandeling weinig zin en wordt eventueel een andere therapie aan de patiënt geadviseerd.
In deze folder zal verder ingegaan worden op de behandeling van tot de prostaat beperkte kanker. Daarbij zal de inwendige bestraling van de prostaat de meeste aandacht krijgen.
2. Prostaat
De prostaat is een klier die aan de basis van de penis ligt, tegen de blaas aan.
De prostaat produceert vocht, dat dient voor het transport van zaadcellen tijdens de ejaculatie (zaadlozing). Hoewel grootte en vorm van de prostaat kunnen wisselen, is de prostaat te vergelijken met een grote walnoot. In de prostaat kunnen zowel goedaardige als kwaadaardige vergrotingen voorkomen. Een goedaardige vergroting (hypertrofie) geeft plasklachten, doordat deze vergroting de plasbuis dichtdrukt.
Een kwaadaardig gezwel ontstaat meestal in de buitenzijde van de prostaat en geeft veel minder vaak plasklachten. Goed- en kwaadaardige gezwellen komen vaak tegelijkertijd voor.
Voor de goedaardige vergroting bestaan verschillende behandelingsmogelijkheden, die hier echter verder niet besproken zullen worden. In deze brochure wordt ingegaan op de behandeling van prostaatkanker.
3. Doel van de kankerbehandeling
Het doel van kankerbehandeling is het genezen van de ziekte. Dit is echter niet altijd mogelijk. Zeker wanneer het tumorproces al uitgezaaid is, zijn de genezingskansen in het algemeen gering. Prostaatkanker maakt hierop geen uitzondering. Indien het kankerproces beperkt is tot het orgaan waar het ontstaan is (in dit geval de prostaat) bestaat een behoorlijke kans op definitieve genezing. Bij voorkeur moet een kankerbehandeling weinig of geen bijwerkingen hebben, goed verdragen worden en een goede genezingskans bieden.
Juist bij prostaatkanker is het natuurlijk beloop zeer wisselend. Bij sommige mannen heeft de kanker een agressief karakter en kan snel leiden tot uitzaaiingen en de dood. Bij andere mannen heeft het kankerproces echter een zeer langzaam beloop, vaak zelfs zodanig dat de patiënt overlijdt zonder klachten te hebben gehad van het gezwel van de prostaat of daar weet van te hebben gehad.
4. Het vaststellen van prostaatkanker
Voor alle vormen van kanker geldt, dat een vroege herkenning van de ziekte beter kansen biedt op definitieve genezing. Dit geldt ook voor prostaatkanker. In een vroeg stadium hoeft prostaat-kanker geen klachten te geven. Klachten van het plassen berusten meestal op een goedaardige vergroting van de prostaat.
Prostaatkanker werd tot voor kort alleen opgespoord met de vinger: bij rectaal onderzoek is de prostaat via de anus te voelen. Tegenwoordig kan, dankzij het PSA (Prostaat Specifiek Antigeen) gehalte in het bloed, al in een zeer vroeg stadium vermoed worden of iemand prostaatkanker heeft. Een verhoogd PSA-gehalte is echter op zichzelf niet bewijzend voor prostaatkanker. Bij een ontsteking van de prostaat of bij een grote prostaat kan het PSA-gehalte ook verhoogd zijn. Verder onderzoek, met name microscopisch weefselonderzoek van de prostaat is daarom altijd noodzakelijk.
Dit weefselonderzoek wordt tegenwoordig meestal uitgevoerd met behulp van echografie, waarbij via een sonde in de endeldarm met geluidsgolven de prostaat zichtbaar gemaakt kan worden. In de prostaat kunnen zo afwijkingen gezien worden, die direct aangeprikt kunnen worden om weefsel te verkrijgen voor microscopisch onderzoek.
5. Behandelingsmogelijkheden
Voor de lokale behandeling van prostaatkanker staan drie mogelijkheden ter beschikking, te weten:
1. Een operatie (radicale prostatectomie)
2. Een uitwendige bestralingsbehandeling
3. Een inwendige bestralingsbehandeling
Soms worden verschillende behandelingsvormen gecombineerd. De keuze voor een bepaalde behandeling wordt gemaakt door de uroloog, eventueel in overleg met de bestralingsarts (radiotherapeut-oncoloog).
Deze drie behandelingsopties zullen hieronder kort besproken worden.
1. Radicale prostatectomie
De radicale prostatectomie is een open procedure. In tegenstelling tot een operatie voor een goedaardige vergroting moet bij deze ingreep de gehele prostaat, inclusief prostaatkapsel en zaadblaasjes, verwijderd worden. Het voordeel van een radicale prostatectomie is, dat in principe het gehele aangedane orgaan verwijderd wordt en het PSA niet meer detecteerbaar wordt. Bovendien kunnen tijdens de operatie eerst de lymfklieren onderzocht worden.
Nadelen: Voor de radicale prostatectomie is een ziekenhuis-opname van 10 dagen noodzakelijk. Net als bij elke chirurgische ingreep kunnen, weliswaar zeldzaam, complicaties optreden. Vermelden we ook een belangrijke kans op definitieve impotentie (het verlies van erecties) en een kleine kans op definitieve incontinentie (urineverlies).
2. Uitwendige bestralingsbehandeling
Bij uitwendige bestraling wordt het te behandelen weefsel (prostaat) van verschillende kanten bestraald. Dit betekent dat ook normaal, gezond weefsel beschadigd kan worden. De totale behandeling vergt meestal 7 weken, waarbij in totaal 35 bestralingen gegeven worden.
Door de bestraling in zo veel keren te geven, wordt de kans op beschadiging van de gezonde weefsels verminderd. Er is geen opname in het ziekenhuis noodzakelijk, de behandeling vindt poliklinisch plaats.
Nadelen: de patiënt moet 35 keer naar de bestralings-afdeling komen voor de behandeling. Doordat ook gezonde weefsels beschadigd worden, kunnen bijwerkingen optreden zoals vermoeidheid, plasklachten, diarree en irritatie van het slijmvlies van de endeldarm.
Hoewel deze klachten meestal enige tijd na de bestraling verdwijnen, kunnen de klachten ook blijvend zijn. De kans op impotentie is circa 40%, de kans op incontinentie is gering. Ernstige complicaties zoals radiocystitis (ontstekingsklachten van de blaas door bestraling) of radiorectitis (ontstekingsklachten van de endeldarm door bestraling) worden af en toe gezien.
3. Bestralingsbehandeling met Jodium zaadjes
Behalve de uitwendige bestraling kent de radiotherapie ook de zgn. "inwendige bestraling of Brachytherapie". Hierbij worden kleine radioactieve bronnen (Figuur 2) direct in of op het kankergezwel geplaatst.
Het grote voordeel van deze techniek is dat daardoor veel minder gezond weefsel beschadigd wordt. Bij prostaatkanker wordt Jodium-125 gebruikt, een radioactieve stof die een vervaltijd heeft van 60 dagen (d.w.z. dat de radioactiviteit na 60 dagen gehalveerd is) en een gering doordringingvermogen.
Deze radioactieve bronnetjes (meestal zaadjes genoemd) blijven gedurende het leven in de prostaat achter. Een groot voordeel is, dat de bestraling vrijwel volledig geconcentreerd is binnen de prostaat. Er treedt slecht een geringe beschadiging van gezonde weefsels buiten de prostaat. De kans op impotentie is 20-30%, incontinentie komt vrijwel nooit voor.
Nadelen: voor deze behandeling dient de patiënt 3 dagen opgenomen te worden en is verdoving nodig. Er vindt echter geen chirurgische ingreep plaats.
6. Implantatie van Jodium-125 zaadjes
Vóór de behandeling wordt door radiotherapeut en uroloog bepaald of het gezwel geschikt is voor de implantatie van radioactieve bronnen. Dit wordt gedaan door het vingeronderzoek van de prostaat via de anus, echografisch onderzoek en eventueel botscan plus Ct-scan (MRI) .
Criteria voor implantatie zijn:
- lokale tumor
- prostaatvolume < 50 cc
- goed tot matig gedifferentieerd (= niet agressief)
- prostaatkapsel vrij
- normaal plaspatroon
U wordt de dag voor de behandeling opgenomen voor de pre-operatieve onderzoeken. 's Avonds krijgt u nog een laxeermiddel. Hierdoor is het echografisch onderzoek tijdens het inbrengen van de bronnetjes optimaal mogelijk. De ingreep neemt 2 uur in beslag. Uit voorzorg wordt tijdens de behandeling antibiotica gegeven om de kans op infecties zo klein mogelijk te maken en een corticoïd (= een ontstekingsremmend middel) tegen zwelling gedurende 2 weken. Voor het voorkomen van plasproblemen wordt ook gedurende 3 maanden Omic (een plaspil) gegeven. Onder algemene narcose wordt een blaascatheter ingebracht. Met de echografiesonde in de endeldarm wordt de prostaat in beeld gebracht op een televisiemonitor.

Vervolgens wordt de prostaat per 0.5 cm stapsgewijs in beeld gebracht. Op deze manier is zeer nauwkeurig na te gaan hoe de grootte en vorm van de prostaat is. Aan de hand daarvan kan bepaald worden hoeveel zaadjes noodzakelijk zijn voor de voorgenomen behandeling.
Op geleide van dit beeld worden vervolgens 10 – 30 holle naalden in de prostaat gebracht door het weefsel dat gelegen is tussen scrotum (balzak) en anus. Via de naalden worden de radioactieve zaadjes in de prostaat gebracht, waarbij tegelijkertijd de naalden verwijderd worden. De zaadjes zitten aan elkaar in strengetjes van 1 tot 6 per naald. Nadat alle zaadjes zijn ingebracht (totaal 40 tot 120, afhankelijk van het volume van de prostaat), wordt met een röntgendoorlichtapparaat gecontroleerd of alle zaadjes aanwezig zijn.
Na de procedure wordt u teruggebracht naar uw kamer, waar u nog ca 24 uur zal verblijven. De volgende ochtend wordt de blaaskatheter verwijderd en wordt een controle röntgenfoto gemaakt om het aantal zaadjes te tellen. Indien het plassen weer spontaan plaatsvindt, kunt u naar huis.
Aanbevolen wordt de eerste dagen geen zwaar werk te verrichten; na ca 2 weken kunt u weer fietsen. Als bijwerkingen van de behandeling merkt u vaak een bloeduitstorting onder de balzak. Dit is in het algemeen niet pijnlijk en de verschijnselen verdwijnen binnen enkele weken. Regelmatig treden in de eerste weken plasklachten op in de vorm van een branderige en frequentere plas. Ook kan de urine in het begin wat bloed bevatten. Het is belangrijk, dat u de eerste dagen voldoende drinkt (+/- 2 liter per dag) en dat u cafeïnehoudende dranken vermijdt (koffie, cola). Soms ontstaan lichte klachten van diarree, soms is er ook wat slijm bij de ontlasting. In het algemeen zijn deze verschijnselen binnen enkele dagen tot weken verdwenen. Hoewel zeldzaam, zijn ernstige bijwerkingen en behandelingsrisico's niet geheel uit te sluiten. Dit geldt niet alleen voor de beschreven techniek, doch evenzeer voor de uitwendige bestraling en voor een radicale prostatectomie.
7. Stralingsveiligheid
Ondanks het feit dat bij u radioactieve Jodium-125 bronnetjes zijn geïmplanteerd, kunt u na 1 dag het ziekenhuis weer verlaten. U mag hieruit concluderen, dat de gering hoeveelheid radioactiviteit die u meedraagt geen gevaar oplevert voor u en uw naaste omgeving. Wel wordt geadviseerd de eerste maanden nauw lichamelijk contact met kleine kinderen of zwangere vrouwen zoveel mogelijk te beperken.
Behalve deze genoemde voorzorgen, kunt u een normaal sociaal leven leiden, reizen e.d. zijn normaal mogelijk. Ook seksuele gemeenschap kan normaal plaatsvinden. Wel wordt aangeraden de eerste keren een condoom te gebruiken, omdat eventueel een zaadje geloosd kan worden bij het klaarkomen. Het sperma kan de eerste weken verkleurd zijn (roodbruin tot zwart).
Omdat de mogelijkheid bestaat dat u in de eerste weken na de behandeling één of meer zaadjes loost met de plas, dient u te plassen door een zeefje en een eventueel gevonden bronnetje te bewaren in het aan u meegegeven loden kokertje. Bij het eerste controlebezoek kunt u zeefje en kokertje weer inleveren. Bij ontslag uit het ziekenhuis, na één maand en na één jaar worden controle röntgenfoto's gemaakt om te zien of alle bronnetjes nog aanwezig zijn.
N.B. Het radioactieve Jodium-125 is opgesloten in een titanium omhulling en komt dus niet vrij in het lichaam.
8. Nacontrole
Na de behandeling zult u door uw verwijzend uroloog of door de radiotherapeut gecontroleerd worden eerst na één maand dan driemaandelijks.
Het effect van de behandeling wordt gecontroleerd d.m.v. het rectaal onderzoek met de vinger, eventueel aangevuld met echografisch onderzoek en een regelmatige bepaling van de PSA- waarde in het bloed.

